Bauwien van der Meer studeerde aan het Koninklijk Conservatorium bij Sasja Hunnego. Haar Bachelor-diploma behaalde ze in januari 2004 en haar Masters aan de Nieuwe Opera Akademie (Alexander Oliver directeur) in juni 2005. Dit en komend seizoen is zij verbonden aan het Nederlands Vocaal Laboratorium, een instituut dat onder leiding staat van Romain Bischoff en zangers wegwijs maakt in de moderne/hedendaagse uitvoeringspraktijk. Om hieraan deel te kunnen nemen, kreeg ze een beurs van het Prins Bernhard Cultuurfonds.
Masterclasses : februari 2005 met Ann Murray. Andere masterclasses met Mark Tucker, Dame Malvina Major, Graham Clark, Cynthia Buchan en Jard van Nes.
Bauwien van der Meer zong de titelrol Alcina van Händel in een DNOA productie (2005, o.l.v. Richard Egarr) en zong kleinere rollen in DNOA producties: Pauline (La vie parisienne 2004). Lidunka (2 Vdovy, Smetana 2003); een van de drie knaapjes (Zauberflöte 2003); Ingrate (Ballo delle Ingrate, Monteverdi 2003). Haar laatste productie bij de DNOA was een Bertolt Brecht/ Kurt Weill montage voorstelling (regie: Meral Taygun, juni 2005).
In december 2004 zong Bauwien van der Meer de rollen van Circe/Venere in Bononcini's Polifemo concertant met het Utrecht Barok Consort, onder leiding van Jos van Veldhoven. In maart 2006 was ze een van de Sechs Mädchen en understudy voor Jenny in Brecht and Weill's Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny door Opera a/h IJ. In april 2006 deed ze mee aan het festival "Mozart terug in Den Haag" aan het Spui als Donna Anna in een kindervoorstelling van Don Giovanni (Blue Bottle productions). In november/december 2006 ging deze voorstelling in reprise. |